Wat u moet weten over alimentatie

Omdat er bij een scheiding altijd veel vragen en onduidelijkheden zijn over alimentatie, hierbij een uitleg van de belangrijkste zaken.

Alimentatieplicht
In veel situaties geldt er een onderhoudsplicht voor getrouwde en geregistreerde partners, ex-partners en (stief)kinderen. Deze plicht wordt ook wel alimentatieplicht genoemd. De onderhoudsplicht die tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap voor beide partners over en weer geldt, houdt niet op te bestaan als je besluit uit elkaar te gaan. Indien een van de ex-partners onvoldoende in het eigen onderhoud kan voorzien, dient de andere ex-partner alimentatie te betalen.

“Bij een gemeenschappelijk verzoekschriftprocedure kunnen de partners onderling afspraken maken over de alimentatie, rekeninghoudend met de toekomst”.

Voor zowel partner- als kinderalimentatie zijn de begrippen behoefte en draagkracht van belang. Bij de bepaling hiervan wordt allereerst de behoefte vastgesteld (aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk/de samenleving) en vervolgens wordt de draagkracht berekend (aan de hand van het huidige inkomen).

Indexering alimentatie 2018: 2 % Het percentage gaat in op 1 januari 2019 en zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Partneralimentatie

De partneralimentatie moet in principe worden betaald voor een periode van twaalf jaar. Heeft het huwelijk niet langer dan vijf jaar geduurd, en zijn er binnen dit huwelijk geen kinderen geboren, dan is de duur van de partneralimentatie gelijk aan de duur van het huwelijk. Bij de scheiding maken ex-partner afspraken over de hoogte van de partneralimentatie. Men kan ook afspreken dat er geen partneralimentatie wordt betaald. Komen ze er samen niet uit, dan bepaalt de rechter of partneralimentatie betaald moet worden en wat de hoogte ervan is.

Kinderalimentatie

Volgens de wet zijn ouders onderhoudsplichtig tegenover hun minderjarige kinderen. Wanneer de kinderen jong-meerderjarig worden, hebben de ouders bovendien een levensonderhoudplicht. Deze geldt tot de kinderen 21 jaar worden. De behoeftigheid om een bijdrage voor kinderen van 21 jaar of ouder speelt wel een rol. Door deze onderhoudsplicht dient er kinderalimentatie oftewel levensonderhoud betaald te worden, indien de ouders niet meer bij elkaar zijn.

Bij co-ouderschap kan dit anders liggen door de toepassing van de zorgkorting. De kinderalimentatie alsmede levensonderhoud verplichting vervallen niet bij co-ouderschap.

Als ouders gaan scheiden, kunnen in het ouderschapsplan afspraken worden opgenomen over de hoogte van de kinderalimentatie. Bij de behandeling van de echtscheiding zal de rechter bepalen of dit afgesproken bedrag toereikend is. Als de ouders niet waren getrouwd, dan zijn zij niet verplicht langs de rechter te gaan. Zij kunnen de kinderalimentatie dan ook zelf regelen.

Bij het vaststellen van de hoogte van de kinderalimentatie alsmede levensonderhoud wordt rekening gehouden met de draagkracht van de alimentatieplichtige en de behoefte van het kind of de kinderen.

Draagkracht

Om de draagkracht te kunnen bepalen, wordt er onder meer gekeken naar inkomsten, financiële verplichtingen, eigen vermogen en eventuele schulden van de alimentatieplichtige. Een draagkrachtberekening is vrij complex, daarom zijn hiervoor normen ontwikkeld, die ieder jaar worden aangepast. Deze Tremanormen zijn richtlijnen voor het berekenen van alimentatie. Ze houden rekening met de draagkracht van de alimentatieplichtige en de behoefte van de alimentatiegerechtigde.

Indexering alimentatie

Jaarlijks dient een door de rechter vastgestelde alimentatie dan wel een bij convenant overeengekomen bedrag te worden geïndexeerd. De indexering vindt plaats per 1 januari van dat jaar. Het percentage waarmee de alimentatie wordt geïndexeerd, wordt vastgesteld door de Minister van Justitie. Let wel, de indexering kan door de rechter/door partijen worden uitgesloten.

Belasting aftrekbaar

De partneralimentatie is aftrekbaar. De alimentatieontvanger zal hierover belasting moeten betalen. Voor kinderalimentatie ligt dit wat anders.

Tot 1 januari 2015 was het voor belastingplichtigen, die kinderalimentatie verschuldigd zijn, mogelijk een forfaitaire aftrek te genieten voor de uitgaven van levensonderhoud van kinderen. Deze persoonsgebonden aftrek is per 1 januari 2015 vervallen. Door het vervallen van de forfaitaire aftrek valt de kinderalimentatieverplichting niet langer onder de uitsluiting van box 3. Hierdoor is het mogelijk om in box 3 de contante waarde van de kinderalimentatieverplichting op te voeren als schuld. Met ingang van 1 januari 2017 wordt deze mogelijkheid weer teruggedraaid.

Verplichtingen aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, die rechtstreeks uit het familierecht voortvloeien (partneralimentatie en/of kinderalimentatie) worden per 1 januari 2017 expliciet onder de uitsluitingen van box 3 opgenomen.

Alimentatie met terugwerkende kracht

Kan alimentatie met terugwerkende kracht worden gevorderd? Het kan, maar houd er rekening mee dat rechters zeer terughoudend zullen zijn met het vaststellen van alimentatie met terugwerkende kracht.

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Als de alimentatie niet wordt betaald, dan kunt u – mits de alimentatie is vastgesteld/bekrachtigd via de rechter – het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) inschakelen. Het LBIO is een instantie, dat zich bezig houdt met het innen van kinder- en partneralimentatie.

Een rechter handelt ‘juridisch’ volgens regels en berekeningen wat echter in de praktijk niet altijd haalbaar is. In de schaduw van het recht is veel te regelen met elkaar, uiteraard binnen de kaders van de wet.

Partneralimentatie & kinderalimentatieberekeningen